recensie concert 15 januari Doopsgezinde kerk te Dokkum                            


Zang- en muziektalent troef bij  `Het Cantoor'

Werken op/bij `Het Cantoor' betekent niet het vervullen van een kantoorbaan  van negen tot vijf uur, maar het bijwonen van een wekelijkse koorrepetitie en het geven van concerten op een zo hoog mogelijk niveau.
Een niveau, waarvan zondagmiddag het publiek in de Doopsgezinde Kerk in Dokkum getuige mocht zijn.
Daar gaf het vier jaar oude koor onder leiding van Tjalling Wijnstra een concert, met als hoofdthema's liefde en dronkenschap en met veel instrumentale bijdragen van verschillende koorleden.
`Luna' van de eigentijdse Italiaanse componist Ilario Defrancesco vroeg meteen al een stevige percussiebegeleiding van een zangeres, die later ook goed klarinet bleek te kunnen spelen.
De goed opgebouwde compositie werd gevolgd door twee a capella werken van Adriano Banchieri(1568 - 1634), waarvan met name `Cinque cantori' de goede kwaliteit van de verschillende stemgroepen blootlegde.   
Burt Bacharach's  `I'll never fall in love again' werd een fraai staaltje frisse vrouwenzang, pittig begeleid door pianiste  Gelske Bergsma.
Zowel vrouwen- als mannenstemmen kregen even rust, toen Gerard Janssen(fluit), Anne Marie van Hoeven(klarinet) en Sjoukje van der Velden(piano) twee delen uit een Trio van Sean Salomon speelden. Niet alleen in rustig vaarwater, maar ook bij woelige baren bleven de muzikanten goed grip op de zaak houden.
Weer te midden van de collega-koorleden,  droegen ze belangrijke stenen bij aan `C'est la Petit fill' du Prince' van Poulenc, een vrij lang stuk, waarin het tekst - en klankprincipe helaas al na enkele coupletten voorspelbaar bleek.
Het werk boeide niet optimaal, hetgeen ook gold voor de slotzang uit `Dido and Aeneas' van Purcell. De hechte, tekst overstijgende klank ontbrak.
Bij `Fair Phyllis' van John Farmer was bovengenoemde klank juist in hoge mate aanwezig, zodat dit een parel werd, vergelijkbaar met die, welke daarna werd bezongen in het schitterende nummer`A string of pearls' van Jerry Gray, in ludiek Nederlands vertaald door Gerard Janssen.
Oeds Wijnsma, die later soleerde in het stuk `Pampus',  tekende voor de pianobegeleiding. Van vierhandig pianospel(Gelske en Sjoukje) was sprake bij vier liefdesliederen van Brahms,  die ronduit fantastisch werden vertolkt, evenals Jetse Bremers `Nog een glas wodka'.
Van hakkelende spraakklanken, hik - en snurkgeluiden als ook glissandi wemelde het in `O potores exquisiti' van Eduardo Malachevski, dat heel toepasselijk aansloot bij de beroemde toneelsketch `Dinner for one' van Lauri Wylie.  De sketch werd meesterlijk gespeeld door de jeugdige acteurs Robin de Vries en Menno Onnes. Zij onderstreepten op buitenmuzikale wijze, dat wat het koor al zingend uitdroeg.
                                                                                            RENNIE VEENSTRA